Rombout komt Peter tegen, een oude bekende. Ze raken aan de praat maar het gesprek verloopt stroef. Het leidt echter tot een leuke ontmoeting met Livinia.

FADE IN:

INT. MIDDELGROTE STAD - BAKKERSWINKEL - OCHTEND

ROMBOUT, eind vijftig, goudgerande bril, donker haar, grijs aan de slapen, lichtblauw shirt onder een geruit jasje, staat in de winkel en wacht om te worden geholpen. LIVINIA, de verkoopster, een jaar of veertig, asblonde krullen, nog leuker dan ze al mooi is, of andersom, is druk met brood snijden en inpakken en afrekenen. Een klant is net klaar met betalen en loopt naar de uitgang. Een andere klant geeft een bestelling op. De deur gaat open en een man, PETER, onbestemde leeftijd, vale haren in een korte paardestaart, jeans en sweater, wil naar binnenstappen, maar houdt zijn pas in als hij de klant opmerkt die juist de winkel wil verlaten. Hij houdt de deur voor haar open, daarna stapt hij naar binnen. Hij herkent Rombout en loopt naar hem toe.

PETER

Hé Rombout, dat ik jou hier aantref!

ROMBOUT

(schudt Peter’s uitgestoken hand)

Dag Peter. Leuk je weer te zien. Alles goed met je?

PETER

Prima! Man, dat is lang geleden. Wat een toeval. Je ziet er goed uit. Wat doe je zoal tegenwoordig?

ROMBOUT

Ik schrijf wat. Net begonnen aan een artikel over het dodenrijk.

PETER

(luide stem)

Het dodenrijk? Wat is daar nou over te zeggen! Er bestaat helemaal geen dodenrijk!

De andere klant loopt een paar stappen opzij. Blijkbaar bang om iets te horen over een onderwerp waar ze niks van wil weten.

ROMBOUT

Dat is inderdaad wat de meeste mensen denken. Of geloven.

2.

PETER

Nee, dat heeft niks met geloven te maken. Het is gewoon zo.

ROMBOUT

Indien dat inderdaad zo is, dan wil ik graag van je horen of je daar een bewijs voor hebt.

PETER

Nog een keer nee. Je kunt niet bewijzen dat iets niet bestaat.

ROMBOUT

Indien je niet kan bewijzen dat het dodenrijk niet bestaat, hoe weet je het dan zo zeker?

PETER

Hoe weet ik wat zo zeker?

ROMBOUT

Hoe weet je zo zeker dat het dodenrijk niet bestaat?

PETER

Haha. Leuk geprobeerd. Maar zo werkt het niet.

ROMBOUT

Hoe werkt wat niet?

PETER

Goh, je bent op dreef vandaag. Zo werk het omkeren van een argument niet.

ROMBOUT

Ik keer geen argument om. Jij zegt dat het dodenrijk niet bestaat. Je geeft toe dat je niet kunt bewijzen dat het niet bestaat, en het enige dat ik van je vraag is om mij te vertellen waar jij jou zekerheid dan wel op baseert.

PETER

Okay, even terug, want dit wordt verwarrend.

ROMBOUT

Voor mij niet.

3.

PETER

Het dodenrijk bestaat niet. Hoe weet ik dat? Omdat er geen bewijs is dat het dodenrijk wel zou bestaan.

ROMBOUT

Hmm, zojuist beweerde je het tegenovergestelde. Daarnet zei je dat je niet kunt bewijzen dat het dodenrijk niet bestaat. En nu zeg je dat er geen bewijs is dat het wel bestaat. Wat bedoel je nou precies?

PETER

Er is geen enkel bewijs dat er een dodenrijk bestaat. Dus is het logisch dat het niet bestaat. Maar dat het niet bestaat kan ik niet bewijzen. En dat hoeft ook niet, want jij bent degene die beweert dat het dodenrijk bestaat, dus de bewijslast ligt bij jou.

ROMBOUT

Stel je voor dat ik inderdaad zou kunnen bewijzen dat er een dodenrijk bestaat, zou je er dan in geloven?

PETER

Nee, dat stel ik me niet voor want het bestaat niet.

De vorige klant is inmiddels geholpen en Rombout is dus aan de beurt. Hij ziet dat Livinia, de verkoopster, vragend naar hem kijkt.

ROMBOUT

Een heel tarwe, ongesneden, alstublieft. En twee Moorkoppen.

PETER

Dat mag je niet meer zeggen.

ROMBOUT

Wat mag ik niet meer zeggen?

PETER

Je mag het woord ‘Moorkoppen’ niet meer gebruiken.

4.

ROMBOUT

Wie zegt dat? En waar staat dat?

PETER

Dat weet ik niet precies, maar iedereen weet inmiddels dat Moorkop een racistisch woord is.

ROMBOUT

(tot Livinia)

Mevrouw, die zwarte gebakjes, weet u wat ik bedoelde?

LIVINIA

Zeker. Ik was al bezig ze in te pakken.

ROMBOUT

Dus u weet wat een ‘Moorkop’ is?

LIVINIA

Natuurlijk. Onze luchtige gebakjes die gevuld zijn met slagroom en bedekt met chocolade. Erg lekker.

ROMBOUT

En hoe heten ze nu?

LIVINIA

Chocoladebollen.

ROMBOUT

Waarom?

LIVINIA

Omdat mensen zoals uw vriend geloven dat ‘Moorkop’ een uiting van racisme is. En nu hebben enkele beroeps activisten er een heilige kruistocht van gemaakt dat niemand in Nederland die naam nog langer mag gebruiken. Er was laatst een stel in de winkel zelfs zo agressief dat ik de politie moest bellen.

ROMBOUT

Maar is het werkelijk verboden? Staat dat ergens? Is er een wet in Nederland gekomen waarin het strafbaar wordt gesteld om het woord ‘Moorkop’ te gebruiken?

5.

LIVINIA

Nee. Een of andere vegan bakkerij heeft er een thema van gemaakt en toen heeft de HEMA het overgenomen, al beweert de HEMA natuurlijk dat ze er zelf al mee bezig waren voordat die bakkerij in het nieuws kwam. En we hebben onlangs een rondschrijf brief van onze chocolade leverancier gekregen waarin bakkers dringend worden opgeroepen om chocolade gebakjes niet langer meer Moorkop te noemen.

ROMBOUT

Ik begrijp het. En vindt u het ook een uiting van racisme?

LIVINIA

Natuurlijk niet. Racisme is volgens het Prisma Woordenboek ‘de leer of de overtuiging dat het ene ras beter is dan het andere.’ Wat heeft dat nou met chocoladegebakjes te maken?

PETER

U kent de definitie van racisme uit uw hoofd?

LIVINIA

Zoals ik net al zei, bent u niet de eerste die onze Moorkoppen als een uiting van racisme beschouwt. Dus wilde ik wel eens weten waar dat vandaan komt.

PETER

Dat is toch niet zo moeilijk? Moren zijn zwarte mensen, daar kun je toch niet een gebakje naar vernoemen?

LIVINIA

Ik zou niet weten waarom niet. De Belgen noemen ons kaaskoppen, zijn die dan ook racistisch?

PETER

Kaaskop is een scheldnaam, dat is niet racisme.

6.

ROMBOUT

Waarom is kaaskop een scheldnaam en Moorkop een uiting van racisme?

PETER

Omdat Moorkop naar een ras verwijst.

LIVINIA

En?

PETER

Hoezo en? Als je een gebakje naar een mensenras noemt is dat racisme.

ROMBOUT

(tot Livinia)

Misschien kunt u mijn jonge vriend nog een keer vertellen wat racisme is?

LIVINIA

Racisme is de leer of de overtuiging dat het ene ras beter is dan het andere.

ROMBOUT

Dus, Peter, hoe blijkt uit het woord ‘Moorkop’ dat het ene ras beter is dan een ander ras?

PETER

Dat blijkt niet uit het woord op zich, maar uit het feit dat wij witte mensen zijn die een woord gebruiken dat naar zwarte mensen verwijst.

ROMBOUT

Ik begrijp het nog niet. Wil je zeggen dat witte mensen niet naar zwarte mensen mogen verwijzen?

PETER

Niet met de naam van een gebakje.

ROMBOUT

Maar als er nu een neger binnenkomt, mag hij dan wel een Moorkop bestellen?

7.

PETER

Je mag het woord ‘neger’ niet gebruiken! En bovendien mag je het woord ‘hij’ niet gebruiken om naar een persoon te verwijzen.

ROMBOUT

(keert zich naar Livinia)

Weet u wat dit gebaar betekent?

(heft zijn handen omhoog en trekt zijn wenkbrouwen op)

Livinia doet het brood en de gebakjes voor Rombout in een papieren tas.

LIVINIA

Een mengeling van berusting en vertwijfeling over onthutsende domheid.

ROMBOUT

Fantastisch, mevrouw.

(pauzeert even terwijl hij Livinia diep in de ogen kijkt)

Werkelijk, u bent echt geweldig. Okay, en hoeveel krijgt u?

LIVINIA

Zes Euro veertig, alstublieft.

Rombout haalt wat geld uit zijn broekzak, kiest enkele munten en legt het bedrag op de toonbank. Hij pakt de tas aan die Livinia hem aanreikt.

PETER

En, Rombout, blijf je nog even in de buurt? Heb je zin om binnenkort een keer bij ons langs te komen?

ROMBOUT

Liever niet, Peter. Ik vind het steeds moeilijker worden om met mensen om te gaan waar ik niet echt mee kan communiceren.

PETER

Maar wij praten nu toch?

8.

ROMBOUT

Ja, hallo en hoe gaat het, dat lukt me nog wel. Maar met mensen die ik fundamenteel niet begrijp, dat is moeilijk voor me. En jij bent zo iemand die ik niet begrijp, dat je moeiteloos en zonder enige aarzeling twee volkomen tegenstrijdige gezichtspunten kunt omarmen.

PETER

Oh, maar dat is heel simpel. We staan er gewoon niet bij stil. Als je niet te diep nadenkt zijn er ook geen tegenstellingen.

ROMBOUT

Ja, zoiets zal het wel zijn. Het is me al vaker opgevallen dat mensen onbewogen iets kunnen beweren en een seconde later het tegenovergestelde van die bewering verdedigen. Het lijkt wel of mensen geen eigen kompas meer hebben, dat objectieve maatstaven niet meer bestaan en logica geen rol meer speelt.

PETER

Nou, zo erg is het nou ook weer niet. Logica speelt wel degelijk een rol in mijn leven.

ROMBOUT

Echt? Wel, ik vertel jou dat er een dodenrijk bestaat. Maar jij gelooft het niet omdat het niet bewezen is dat er een dodenrijk is. Dan vertel je mij dat we het woord Moorkop niet meer mogen gebruiken. En wat jij zegt is gebaseerd op een verbod waarvan ook niet bewezen is dat het bestaat.

PETER

Maar die twee kun je niet met elkaar vergelijken.

9.

ROMBOUT

Dat is dus wat ik niet begrijp aan de manier van jouw denken. Het bestaan van het dodenrijk is niet bewezen, dus bestaat het dodenrijk niet, volgens jou. En het bestaan van een verbod op het gebruik van het woord Moorkop is ook niet bewezen, maar nu maakt dat ineens niets uit, en is dat verbod wel degelijk van kracht. Het ene is niet bewezen dus bestaat het niet en je wil er niet eens over nadenken. En het andere is ook niet bewezen maar toch bestaat het voor jou en je onderwerpt je zelfs vrijwillig aan bepalingen die jouw denken en jouw spreken beïnvloeden.

PETER

Tja.

LIVINIA

Dus hierover waren jullie aan het discusseren?

ROMBOUT

Ja, we begonnen eigenlijk over het dodenrijk.

LIVINIA

Oh, u bedoelt dat domein onder de aarde, de verblijfplaats van de zielen van de gestorvenen. Waar we allemaal een keer naar toe gaan. De vraag is alleen, naar welke van de twee regio’s daar, Paradijs of Tartarus.

ROMBOUT

Mevrouw, u blijft mij buitengewoon verrassen.

PETER

Heeft u dat ook opgezocht omdat u er van andere klanten opmerkingen over kreeg?

10.

LIVINIA

Nee, meneer. Ik heb me erin verdiept omdat ik daar zelf ook, net als alle andere mensen op aarde, uiteindelijk zal belanden. En ik wilde weten of ik me er op kon voorbereiden.

PETER

Het is een fabeltje dat mensen na de dood naar een dodenrijk gaan. Zoals ik dus ook aan Rombout probeerde duidelijk te maken, het dodenrijk bestaat niet.

LIVINIA

Ik wil u niet overtuigen, meneer. Ik wil ook niet met u in discussie. Met uw vriend kan ik wel praten, maar aan u wil ik alleen maar mijn brood en gebak verkopen.

PETER

Met mij kunt u ook praten.

LIVINIA

Laten we dat dan maar direct proberen. Okay, daar gaan we: dag meneer, wat mag het voor u zijn?

ROMBOUT

(grinnikt)

Zij wint, Peter.

PETER

Ze wint niks, ze verliest alleen een klant.

ROMBOUT

Kwam je hier vaak, dan?

PETER

Dit is de eerste keer. En de laatste.

LIVINIA

Zoals u wenst, meneer. Een prettige avond nog verder.

Peter keert zich om. Geërgerd loopt hij naar de deur en zonder te groeten verlaat hij de winkel. Rombout kijkt hem even na.

11.

LIVINIA

Het spijt me, meneer, dat ik uw vriend blijkbaar zo heb geïrriteerd dat hij nu ook kwaad is op u. Dat was echt niet de bedoeling.

ROMBOUT

U kon niet weten wat een kort lontje hij heeft. En het zijn ook mijn woorden waardoor hij is weggelopen. Ik heb immers zijn uitnodiging afgeslagen.

LIVINIA

Ja, dat heb ik meegekregen. Apart, wat u daar zei, dat u niet goed kunt communiceren met mensen die u niet begrijpt.

ROMBOUT

Ja, en jaren lang heb ik gedacht dat het aan mij lag, dat ik niet sociaal genoeg was, of zo. Ik heb zelfs geoefend in small talk. Tegenwoordig vind ik het niet meer zo erg dat ik er niets van terecht breng, want in negen van de tien gevallen lukt het ook niet om met die mensen over interessante dingen te praten.

LIVINIA

Dat herken ik wel. Met de meeste mensen die hier de winkel binnenlopen kom ik ook niet verder dan goedemorgen, en wat mag het zijn, en tot ziens. Maar met u heb ik het idee dat we uren kunnen praten.

ROMBOUT

Dat gevoel heb ik ook. Okay, laten we dan nu maar direct afspreken. Oh, en ik ben Rombout de Vrieze.

Rombout en Livinia reiken elkaar over de toonbank de hand.

12.

LIVINIA

Zeer aangenaam. Ik ben Livinia van Viersussen. En morgen heb ik vrij. Waar spreken we af?

ROMBOUT

Op een kerkhof. Want ik ben echt met dat dodenrijk bezig en het is dus de meest toepasselijke omgeving.

LIVINIA

Oh, leuk! Ik heb mijn hele leven al gewacht op een man die me uitnodigt voor een afspraak op een kerkhof!


Tags: dood, dodenrijk, sterven
Geschreven: 30 mei 2020
Series: deel 2
Je bent hier:  Inhoud Nederlands » Brieven & Dialogen » Dialogen » Gesprek over het dodenrijk