Bijna ieder mens denkt na over straks. Zoals, wat zullen we straks eten? Of, welk shirt zal ik straks aandoen? Of, waar zullen we volgende maand met vakantie naar toe gaan?
Ook bij een verhuizing naar een andere plaats of naar een ander land wordt over straks nagedacht. Hoe vinden we daar straks een huis? Kunnen de kinderen daar straks wel naar school?
Maar ten aanzien van de grootste verhuizing die ieder mens in zijn/haar leven gaat meemaken, wordt nauwelijks stilgestaan. Dat betreft de verhuizing van de ziel, die op het moment waarop iemand sterft, het ‘aardse lichaam’ zal verlaten om even later uit te komen in het dodenrijk.
Tartarus & Paradijs
Het dodenrijk is ingedeeld in twee gebieden. Tartarus heet het ene gebied, en Paradijs heet het andere. En nee, dit Paradijs is niet de hemel. Die komt pas later.
De ziel van ieder mens komt in het dodenrijk terecht, en wel op één van die twee plekken. En de plek die Tartarus heet, wel, daar wil je echt niet naartoe. Geloof me (en dat zeg ik niet vaak, want het maakt me over het algemeen niet uit of je iets van me aanneemt, maar nu wel), Tartarus is een plek waar niemand uit vrije wil naar toe zal willen gaan als men zou weten wat een vreselijk oord het is.
Toch komen er miljoenen zielen aan, in Tartarus. En iedere dag komen er tienduizenden zielen bij.
Struisvogelpolitiek
Waarom denken zoveel mensen er dan niet over na?
Hier is het antwoord: mensen hebben geen zin om er over na te denken. En hoe doen ze dat? Simpel, ze vertellen zichzelf (en elkaar) dat er na de dood niks meer is. Indien er na de dood niks is, dan is er ook geen dodenrijk. En als er geen dodenrijk is, dan is er ook geen Tartarus. En als er geen Tartarus is, dan hoeven ze ook niet te denken over hoe ze kunnen voorkomen dat ze er terecht komen. Je kunt immers niet op een plek belanden die niet bestaat, nietwaar?
Zo is dat dus opgelost. Als ik dood ga houdt alles op, en Tartarus bestaat niet. Klaar, en kun je me nu de boter nog even aangeven?
Hiervoor heeft de schepper dus de struisvogel bedacht, om ons een spiegel voor te houden.
Nog iets wat je van me kunt aannemen is dat wanneer je er straks toch bent beland, daar in Tartarus, dan zul je de rest van je verblijf in het dodenrijk je ziel kwellen met deze ene vraag: waarom heb ik, toen ik dat artikel van Robert Esland had gelezen, geen stappen ondernomen om te zorgen dat ik hier niet terecht zou komen?
Kun je je dat voorstellen? Je ziel vergaat bijna (maar net niet helemaal) van ellende, en al die tijd blijft dit verwijt maar door je hoofd spoken:
wat ben ik toch een rund dat ik me voor de toekomst van mijn ziel geen enkele tijd heb gegund.
Lukas 16
Y’hoshua (Jezus Christus) heeft tegen de Farizeën (hooghartige huichelaars) eens uitgelegd hoe dat er aan toe gaat met rijke mensen die geen rekening houden arme of behoeftige mensen. Je kunt het lezen in hoofdstuk 16 van het boek van Lukas. In de oude Statenvertaling staat het er zo:
En er was een zeker rijk mens, en was gekleed met purper en zeer fijn lijnwaad, levende allen dag vrolijk en prachtig.
En er was een zeker bedelaar, met name Lazarus, welke lag voor zijn poort vol zweren; En begeerde verzadigd te worden van de kruimkens, die van de tafel des rijken vielen; maar ook de honden kwamen en lekten zijn zweren.
En het geschiedde, dat de bedelaar stierf, en van de engelen gedragen werd in den schoot van Abraham.
En de rijke stierf ook, en werd begraven. En als hij in de hel zijn ogen ophief, zijnde in de pijn, zag hij Abraham van verre, en Lazarus in zijn schoot. En hij riep en zeide: Vader Abraham, ontferm u mijner, en zend Lazarus, dat hij het uiterste zijns vingers in het water dope, en verkoele mijn tong; want ik lijde smarten in deze vlam.
Maar Abraham zeide: Kind, gedenk, dat gij uw goed ontvangen hebt in uw leven, en Lazarus desgelijks het kwade; en nu wordt hij vertroost, en gij lijdt smarten. En boven dit alles, tussen ons en ulieden is een grote klove gevestigd, zodat degenen, die van hier tot u willen overgaan, niet zouden kunnen, noch ook die daar zijn, van daar tot ons overkomen.
En hij zeide: Ik bid u dan, vader, dat gij hem zendt tot mijns vaders huis; Want ik heb vijf broeders; dat hij hun dit betuige, opdat ook zij niet komen in deze plaats der pijniging.
Abraham zeide tot hem: Zij hebben Mozes en de profeten, dat zij die horen.
En hij zeide: Neen, vader Abraham, maar zo iemand van de doden tot hen heenging, zij zouden zich bekeren.
Doch Abraham zeide tot hem: Indien zij Mozes en de profeten niet horen, zo zullen zij ook, al waren het, dat er iemand uit de doden opstond, zich niet laten gezeggen.
De kloof
De kloof waarover Abraham spreekt in dit relaas, is de kloof tussen Tartarus en Paradijs. Die kloof bestaat werkelijk. Het is een fysieke kloof en er is geen mens die deze kloof over kan. Maar wat wel over de kloof heen kan, is een perceptie op de andere kant.
De mensen, die dag en nacht gepijnigd worden in Tartarus, nemen op de een of andere wijze waar, dat er een ander gebied is waar zij ook terecht hadden kunnen komen. Als ze maar tijdens hun leven een paar maatregelen hadden genomen.
En de eerste van die maatregelen is deze: besluiten (een wils beschikking) om het als waar zijnde aan te nemen, dat er een dodenrijk bestaat. Daar begint het allemaal mee.
Het einde
Ieder mens komt ooit in het dodenrijk terecht. In het dodenrijk zijn twee gebieden. Het ene gebied is vredig en rustig, het andere gebied betekent dagelijks pijn, narigheid en ellende.
Zodra je er naar onderweg bent, kun je helemaal niets meer doen om in het goede gebied te belanden.
Maar alle dagen van je leven hier op aarde, iedere dag vóór je sterfdag, ben je volkomen vrij om te besluiten waar je wil eindigen. Het enige dat je hoeft te doen, is te besluiten. Want indien je niet besluit, als je het besluit uitstelt, dan wordt er voor je besloten. En dat is nou precies wat je niet wilt.
Hoe Kom Je Er Terecht?
Hoe komt het nu, dat sommige zielen in Paradijs uitkomen, en andere zielen in Tartarus?
Hier is het antwoord: de zielen worden erheen gedragen. In het geval van Paradijs worden de zielen door de engelen van Elohiym gedragen, en de zielen van de mensen die voor Tartarus bestemd zijn (omdat die mensen niet hebben willen nadenken tijdens hun leven) worden denk ik door de engelen van de Satan naar hun eindbestemming gebracht. Die engelen van Satan waren vroeger bekend onder de noemer “demonen”. Tegenwoordig is er niemand meer die daar nog iets van wil weten.
Hoezo weten wij het in de 21ste eeuw beter?
Ik behoor tot een zeer kleine minderheid die nog gelooft in een dodenrijk. In onze 21ste eeuw is het niet cool om na te denken over een ziel die na de dood verder bestaat. Maar kan iemand me misschien vertellen wat er in de 21ste eeuw wezenlijk beter is dan vroeger?
Wandelt er in onze eeuw iemand op aarde met het (morele) gezag om te bepalen dat Dante er naast zat met zijn Inferno? Of zijn er in de 21ste eeuw misschien grotere denkers dan John Milton?
Hier is wat Aristoteles schreef in zijn verhandeling over de Ziel:
For our study of the soul it is necessary, while formulating the problems of which in our further advance we are to find the solution, to call into council the views of those of our predecessors who have declared any opinion on this subject, in order that we may profit by whatever is sound in their suggestions and avoid their errors (Aristotle, On the Soul, Book 1, Chapter 2)
Is er iemand op aarde in de 21ste eeuw die ook maar in de buurt komt van Aristoteles? En zelfs deze absolute grootheid vind het belangrijk om de gedachten van anderen in ogenschouw te nemen, opdat we profiteren van alles wat goed is in hun gedachten, en opdat we hun fouten kunnen vermijden.
Welnu, beste taalgenoten, noem me dan eens iemand op wiens gezag we kunnen besluiten dat er geen dodenrijk bestaat?
Bibliografie
- Marguerite Yourcenar. Hadrianus’ Gedenkschriften. p. 264. 1951. Vertaald door J. A. Sandfort. Athenaeum - Polak & Van Gennep BV. Amsterdam. 1988. Print.
- Aristotle. The Basic Works of Aristotle. p. 538. ed. Richard McKeon, New York: Random House, Inc., 1941. Print.
- Lucilius (Luke the Physician). Grand Summary of Evangelical History, dedicated to Theofilus. Chapter 16. written AD50 - AD60. published in the Holy Bible.
❧
Tags: tartarus, dodenrijk, hiernamaals, na de dood
Thema: Eindbestemming
Geschreven: 15 mei 2020
Je bent hier:  Inhoud Nederlands » Onderwerpen » Het Dodenrijk » Verhuizen