Vragen zonder antwoorden
Waar denken christenen dat hun ongelovige medemensen terecht komen als ze sterven? Christenen weten het niet, en vanuit de overtuiging dat ze niet mogen oordelen over anderen doen ze ook niet veel moeite om daar antwoorden op te formuleren. Hoofdzaak is dat ze zelf direct na het sterven naar de hemel gaan. Al zeggen ze dat het er niet hoofdzakelijk om te doen is de hemel bínnen te komen, maar om ‘voor altijd bij de Heere Jezus te zijn.’
Welnu, wat is dat voor een plek, de hemel? En waar is die? En hoe komen christenen er? En mochten de gelovigen van vroeger er ook in, toen ‘de Heere Jezus’ nog niet geboren was? En wat zegt de bijbel er over?
Vreemd genoeg weet de gemiddelde christen op dergelijke vragen geen antwoord. Ook houden ze zich er opvallend weinig mee bezig. Niet nodig, zeggen ze, want het waar en hoe ‘mogen we overlaten aan de almacht van God en de liefde van onze Heere Jezus.’
Veranderd beeld van hemel
In dit betoog maak ik generaliserende opmerkingen over wat aanhangers van het christelijk geloof denken over hun gereserveerde hemelreis. Ik zal mijn stellingen onderbouwen aan de hand van wat enkele bekende theologen over de hemel verkondigen, en verder illustreren aan de hand van hoe mijn eigen familie van vrome christenen erin staat.
Ik zal aantonen, met bronvermelding zodat je zelf kan nalezen of het klopt wat ik hier beweer, hoe de verwachting dat we ogenblikkelijk na het sterven naar de hemel vertrekken, werd uitgewerkt door theologen die gedurende honderden jaren gezichtsbepalend zijn geweest voor het christelijk geloof. Die theologen uit vorige eeuwen, mensen met een ongeëvenaarde hoeveelheid kennis, maar ook vastgeroest in dogmatiek, hebben indrukwekkende bijbelcommentaren geschreven die nu nog steeds in alle bible-software programma’s zijn opgenomen en waar alle studenten godgeleerdheid niet alleen tijdens hun studie kennis van opdoen maar ook later regelmatig op teruggrijpen.
Eveneens zal ik, wederom aan de hand van voorbeelden, illustreren hoe de jongste generatie theologen in de 21ste eeuw probeert te breken met die lang gevestigde opvattingen, en zal ik aantonen dat nu de leer in opmars is dat het eigenlijk niet uitmaakt of de hemel werkelijk bestaat of alleen symbolisch is.
Dus eerst was er de bijbel zelf, die duidelijk maakte dat gelovigen pas na de wederkomst van de mashiyach naar de hemel zouden gaan.
Toen kregen we het begin van het christendom, gevolgd door de middeleeuwen, met de enorme macht van de kerk en de angst voor de dood en de aflaatbrieven. Daarin kwam een ommekeer met de reformatie, met Erasmus, en Luther en Calvijn.
Sinds de 18e eeuw produceren theologen van protestantse huize uitvoerige bijbelcommentaren, waarbij het accent werd verlegd van uitleg naar interpretatie.1 Ten aanzien van het vraagstuk van de bestemming van de ziel na de dood, werd de bijbel zodanig ‘uitgelegd’ dat we het niet letterlijk hoefden op te vatten wat er stond over een dodenrijk, want het was wel degelijk de hemel waar mensen die ‘in Christus’ sterven naar toe gaan, linea direct naar ‘hun Heere.’
En nu hebben we de jongste generatie schriftgeleerden, die kerkgangers willen voorhouden dat we het onderwerp hemel en hel volledig moeten omdenken, omdat het hoogstwaarschijnlijk helemaal geen fysieke plaatsen zijn en we er dus ook niet echt naar toe zullen gaan.
Geen bijbelse basis
Het geloof van christenen dat ze na hun dood direct naar de hemel gaan, mist een bijbelse onderbouwing. Het vertrouwen in hun eigen happy end stoelt dan ook niet op de bijbel, maar op de leer van de kerk. Omdat de antwoorden van de kerk op de hierboven gestelde vragen elkaar tegenspreken –dat wil zeggen, omdat de leer van de kerk niet coherent is– daarom is de tactiek van de instituten van het christelijk geloof, om vragen aangaande de hemel zo mogelijk te negeren, of anderszins te ontwijken.
Nu is het zo dat rooms-katholieke gelovigen gewoon aanvaarden dat hun leer berust op de uitleg van de kerk, maar protestante gelovigen zijn er vast overtuigd, dat wat zij geloven niet afhankelijk is van meningen van mensen: het gaat om het woord van God, de schrijvers zijn door de heilige geest geïnspireerd, de vertalers ook, en de dominees ook. Hun geloof, zo is de gemiddelde protestante christen overtuigd, is uitsluitend gebaseerd op de bijbel.
Er is geen mens die sneller op een dwaalspoor terechtkomt, dan hij die overtuigd zijn dat ‘ie door niets en niemand op een dwaalspoor kan worden gebracht. En ja, dat geldt natuurlijk ook voor mijzelf. Daarom moet ik oppassen en zorgvuldig zijn.
De gelovige christenen, de mensen die naar de kerk gaan en luisteren en aannemen wat hun predikant verkondigt, die mensen lezen niet meer na in de bijbel wat de bijbel zelf zegt. De meesten doen geen moeite om teksten waarover verwarring bestaat te onderzoeken, door bijvoorbeeld een andere vertaling te raadplegen, of te proberen uit te vinden wat de originele manuscripten zeggen. Of gewoon zelf na te denken.
Verspreiding van misleiding
Theologen hebben de doctrine bedacht. Na hen komende theologen hebben die doctrine overgenomen en verder uitgewerkt. Weer andere theologen zijn professor geworden aan universiteiten en seminaries.
Een professor geeft minimaal 30 jaar les en heeft per semester minimaal 2 klassen van 20 mensen die hij of zij begeleidt op hun weg naar een baan als predikant op een preekstoel. Dus iedere professor onderwijst (en beïnvloedt) dus 2 semesters maal 2 klassen maal 20 students per jaar, maal 30 jaar, oftewel minimaal 2500 studenten.
Met 500 professoren2 worden dus gedurende één generatie ministens 1 miljoen predikanten gehersenspoeld!
Zo komt het, dat de doctrine van ‘na het sterven direct en voor altijd bij Jezus in de hemel’ een onderdeel is geworden van het geloof van christenen in alle landen in het Westen. Een idee dat bij één professor in de theologie ergens rond 1900 is ontstaan kan een eeuw later onderdeel zijn van de leerstof die aan iedere theologie-student als onbetwistbare waarheid wordt onderwezen. Zo is het immers ook gegaan met de evolutieleer van Darwin, met de Big Bang theorie, met het heliocentrisme van Copernicus (en Galileo en Kepler), met de economische ‘wet’ van stilstand is achteruitgang, en met de relativiteitstheorieën van Einstein, van om er maar een paar te noemen.
Wanneer een idee van één man maar lang genoeg wordt onderwezen als waarheid, dan is er een eeuw later niemand meer die er nog aan twijfelt.
Welnu, de doctrine dat christenen na hun dood direct naar de hemel gaan en het dodenrijk overslaan, is niet gebaseerd op de bijbel, maar is slechts een theorie welke door enkele theologen is bedacht en in de loop der jaren, volgens het process van zuurdesem, het hele christendom met die valse leer heeft verzuurd.
Een weinig zuurdesem verzuurt het hele deeg, zegt Paulus in Galaten 5:9. En ik voeg daaraan toe, dat er slechts een paar valse leerstellingen voor nodig zijn om het hele christendom te verzuren.
Voorstelling van zaken
Het tweede hoogst opmerkelijke aspect van het christelijk geloof in de hemel, is dat gewone gelovige christenen nauwelijks een voorstelling hebben van het hoe en wat in die hemel. Daarnaast is niemand het met elkaar eens. Hetgeen natuurlijk op zich weer die vaagheid in stand houdt.
Christenen weten niet wie er naar de hemel gaan, behalve zijzelf. En hun overleden vader en moeder en te vroeg gestorven kind, die zijn er al naartoe gegaan want die willen ze graag terugzien. Ze weten niet wanneer, maar ze hopen erop dat ze direct na de dood naar boven vertrekken, ook al spreekt de bijbel dat tegen.
Ze hebben geen idee of ze nou als naakte ziel in de hemel gaan wonen, of dat ze een tijdelijk lichaam krijgen, of alleen maar een witte overgooier om hun ziel geworpen krijgen.
Dan is er nog de vraag of hun ziel bij de zogenaamde Wederkomst van Christus meegaat naar de aarde om daar met hun begraven lichaam herenigd te worden. Maar of dan hun eventuele tijdelijke lichamen op een speciale composthoop gerecycled worden, daar is ook geen antwoord voor.
Wat mij is opgevallen, toen ik besloot dit onderwerp een beetje te onderzoeken, is dat er best wel wat vragen van gelovigen op het internet staan omtrent dit onderwerp. Maar waarom? Hoezo? Kunnen gelovigen dan niet terecht in hun eigen kerk? Kunnen ze de vragen over de hemel niet gewoon aan hun eigen dominees of pastoors vragen?
Hmm, ik denk het niet. Op vrome christelijke websites worden dergelijke vragen door dominees beantwoord, en wat bijna al die antwoorden gemeen hebben is het onthutsende feit dat de dominees geen concreet antwoord geven!
“Er is niet echt een werkelijke hemel, maar dat is ook niet belangrijk, want het gaat erom dat we na de dood bij God zijn.” Van dat soort teksten. Jawel, gepubliceerd door echte dominees, dat zijn mensen die een universitaire opleiding theologie hebben afgerond en vervolgens een beroepingsprocedure hebben doorlopen.
Na al die studie, en na vaak jarenlange ervaring op de preekstoel, kunnen ze simpele concrete vragen omtrent de hemel, notabene de beoogde eindbestemming van iedere christen op aarde, nog steeds niet eerlijk en doeltreffend beantwoorden.
Dit is wat Nico ter Linden, één van de bekendste Nederlandse dominees in onze tijd, antwoordde in een gesprek met het tijdschrift Koers, een jaar of zo voor zijn dood in 2018, “Wat mij na dit leven te wachten staat? Ik zou het niet weten en ik houd me er ook niet mee bezig.”
Je hebt dus helemaal niks aan een dominee wanneer je wil weten of je naar de hemel gaat na je dood. Is dat niet hoogst opmerkelijk? En dan begrijpen ze nog steeds niet waarom de kerken leeglopen.
Kerk & Dominee
Dus laat ik het hier maar even samenvatten: veel mensen zijn bang voor de dood en de meeste mensen ‘voelen aan’ dat er iets moet zijn na de dood. Sommige van die mensen besluiten om antwoorden te vinden en gaan naar een kerk, in de veronderstelling dat de mensen in de kerk hun vragen kunnen beantwoorden.
Maar ja, die mensen hebben dan toch echt buiten de dominee gerekend! Want wat blijkt? De dominee3 heeft geen antwoorden. Ja, professionele theologen kunnen eindeloos lang praten over het onderwerp, veelal op vrome toon en liefdevol natuurlijk jegens de zoekende zondaar, maar een concreet antwoord geven ze niet. Kunnen ze niet. Want ze weten het niet.
Dominees zijn stakkers die door de satan gebruikt worden om gewone gelovigen te misleiden dat alles vanzelf goed komt. Zo, als je deze zin uit je hoofd leert, dan ben je in ieder geval op je hoede voor als je toch besluit om met een dominee te praten over wat er met mensen gebeurt na het sterven. Dus nog een keer:
Dominees zijn stakkers die door de satan gebruikt worden om gewone gelovigen te misleiden dat alles vanzelf goed komt.
Dominees hebben geen concreet antwoord op vragen over de hemel. Hun antwoord hangt af van de vraagsteller. Iedere vraagsteller krijgt een persoonlijk antwoord van een dominee, en dat antwoord is zodanig, dat de vraagsteller na het gesprek met een maximale verwarring blijft zitten, maar dat moeilijk vindt om te verwoorden, omdat de dominee zo aardig was en zo vriendelijk en het zo goed bedoelde.
Nee! De dominee bedoelt het niet goed! Indien een dominee het goed zou bedoelen, dan zou hij of zij het ook goed doen! Daar hebben ze tenslotte voor geleerd. Dominees zijn namelijk allemaal in staat om een duidelijk betoog op te bouwen. Om concrete antwoorden te geven op concrete vragen.
Maar ze doen het niet. Er zijn geen absolute antwoorden meer, volgens dominees. Net als de rest van de mensen in het niet meer vrije Westen hebben ook dominees zich bekeerd tot het Einsteindom, en zijn hun hersenen volgestroomd met de overtuiging dat alles relatief is en dat alles afhankelijk is van het standpunt van de vraagsteller of de waarnemer.
Juist en vooral met betrekking tot de hemel. Dus wanneer je een dominee opzoekt om te praten over de dood en of je ziel naar de hemel gaat, dan krijg je een antwoord van iemand die het zelf niet weet, en die er grote nadruk op legt dat ‘ie jou geen mening of geloof wil opdringen, en vooral dat je je geen zorgen hoeft te maken want christus is voor ieder van ons gestorven en God is liefde en hij weet precies wat ieder van ons individueel nodig heeft.
Dominees zijn stakkers die door de satan gebruikt worden om gewone gelovigen te misleiden dat alles vanzelf goed komt.
Dode christenen dansen niet
Dode christenen kijken niet vanuit de hemel neer op de aarde. Dode christenen komen elkaar daar ook niet tegen, in die hemel. Dode christenen dansen niet met de engelen en christenen die in de 21ste eeuw zijn overleden hebben op dit moment geen heerlijk leven bij God en diens zoon. De christenen in mijn familie willen dat echter niet horen. En voor zover ik dat kan nagaan, zijn ze niet alléén in die houding, maar juist exemplarisch voor hoe de meeste christenen over deze zaken denken.
Mensen die naar de kerk gaan, geloven dat ze direct na hun dood met een enkele reis naar de hemel vertrekken. Verlost van de aardse sores, nu breken de heerlijke tijden aan. Maar dat is bijgeloof. Want het staat niet in de bijbel. Integendeel, de bijbel heeft een andere boodschap.
Christenen hebben het bijbelse geloof. Het geloof in Elohiym (God), de Zoon van Elohiym, dood en opstanding, de evangeliën, kortom, datgene wat in de bijbel is terug te vinden. Daarnaast hebben christenen een tweede geloof, namelijk het geloof in de doctrines van kerktraditie en moderne theologie. Dit tweede geloof is niet gebaseerd op wat de bijbel zelf verkondigt, maar berust op de vermeende autoriteit van kerkvaders en pausen en predikanten die ‘uitleggen’ dat de bijbel op veel plaatsen iets anders bedoelt dan wat er staat. Dit tweede geloof is een geloof erbij. Bijgeloof dus.
Mijn vader
Mijn vader was een theoloog. Een leraar en voorganger en schrijver. Hij had een uitermate werkzaam leven. Er waren heel wat mensen die hem als hun leraar beschouwden, waaronder de leden van een kerk waar hij bij betrokken was, en de studenten die waarderen van hem te hebben les gehad, en zijn vrouw en de meeste van zijn kinderen.
Maar nu is hij dood, en hoewel hij het grootste deel van zijn leven met bevlogenheid heeft geijverd voor het evangelie, en hoewel hij liederen schreef waarin hij zijn ‘liefde voor de Heer’ beleed, en boeken schreef, en vergevorderd was met een uitgebreide serie commentaren op de bijbel, toch is mijn vader weliswaar ‘mijn vader zaliger,’ maar is hij niet zalig in de definitie van het woordenboek, van ‘eeuwig gelukkig in het hiernamaals.’ Hij heeft een groot deel van zijn leven reikhalzend uitgekeken naar ‘de ontmoeting met zijn Heere,’ maar volgens de bijbel zal hij toch echt nog even moeten wachten.
Mijn schoonzus
Mijn schoonzus houdt lezingen in het land, waarin ze verkondigt dat haar overleden man nu in de hemel is, vrolijk dansend en zielsgelukkig. Mijn schoonzus heeft geen enkele bijbelse aanleiding dit te geloven, maar het is gewoon haar wens om, wanneer ze zelf sterft, ook direct naar de hemel te worden gedragen (door een hele lieve engel, uiteraard). Daar zal ze dan zelf ook verder gaan met dansen, herenigd met haar man zaliger, die inmiddels heel wat tijd heeft gehad om enkele danspasjes bij te leren.
Omdat mijn schoonzus een oprechte christen is, heeft ze veel redenen om deze dwaalleer te verwerpen. Het is immers niets anders dan een wijdverspreide wishful-thinking constructie, die leer dat christenen direct naar de hemel reizen na het sterven. Maar veel christenen, en ook mijn schoonzus, willen het nu eenmaal zo.
Ze trekt volle zalen wanneer ze ergens komt spreken. Veel mensen zijn blij wanneer ze komt. Er wordt veel en graag naar haar geluisterd en er is applaus na afloop.
Mijn zusjes
Eén van mijn zusjes werkt voor Wycliffe Bijbelvertalers. Al dertig jaar. Of misschien nog langer. En al die tijd weigert ze mij uit te leggen hoe het zit met dodenrijk en hemel. Ze is Mennoniet, je weet wel, van Luther niet, Calvijn niet, Menno niet. Dat heeft er denk ik ook mee te maken dat ze mij niet wil uitleggen hoe het zit. Zij heeft immers het ware geloof, en ik kan het toch niet begrijpen.
Mijn andere zusje is ook afgestudeerd theoloog. Ze praat er niet over, en als ze ergens over gevraagd wordt, heeft ze geen mening.
En dan heb ik nog een derde zus, die vaak en graag theologische college’s volgde. Om haar dochter bij te houden, die inmiddels afgestudeerd is aan de universiteit, met succes de beroepingsprocedure van de Protestante Kerk in Nederland heeft doorlopen en voorganger is geworden van een gemeente bij onze zuiderburen. Mijn vader zaliger zou trots zijn.
Mijn moeder
Mijn moeder is ook dood. Ze was hoogst verontwaardigd toen ze hoorde dat ik een tweede-hands vleugel had. Want omdat ik geen klassieke muzieklessen heb gevolgd, had ik in haar ogen ab-so-luut geen recht zo’n instrument te bezitten. Toen ze hoorde dat ik op mijn 55ste van mijn vrouw die tweede-hands vleugel had gekregen, werd ze werkelijk ver-schrik-ke-lijk ontstemd (veel erger dan die vleugel ooit geweest is). Mijn moeder vond het een grote schánde dat ik in mijn eigen huis op een vleugel tingelde, want ik was zo’n ding gewoon niet waard.
Ik vertel dit zodat je er een voorstelling van kunt maken hoe woest mijn moeder, een zeer vrome christen, werd wanneer ik af en toe op bezoek kwam en bijvoorbeeld over het dodenrijk begon, of andere gevestigde dogma’s betwijfelde. Hoe wáágde ik het om kritiek te uiten op welke theoloog dan ook. Want theologen zijn afgestudeerde academici en ik ben maar een gesjeesde student die nooit ergens voor heeft gedeugd, dus ik heb geen enkel recht van spreken.
Mijn broers en zussen hebben mijn moeder begraven. Zonder mij, want ik hoorde daar niet bij. Het ging immers om de vrome kinderen van een christelijk gezin die hun christelijke moeder ten grave droegen, onderwijl elkaar bemoedigend met lieve woorden van hoop, en de verwachting koesterend dat moeder bij aankomst in de hemel wel eerst even bij Jezus zal langs gaan om haar witte gewaad in ontvangst te nemen, om daarna herenigd te worden met vader die inmiddels al een jaar of tien reikhalzend naar haar uitkijkt.
Mijn familie
Oprechte christenen in mijn familie. En niemand van hen hecht(e) veel waarde aan de letterlijke betekenis van de woorden van de christus over het dodenrijk. Wel geloven ze allemaal de woorden van de apostel Johannes, met zijn bekende 3:16 “Want alzo lief…” Ook geloven ze in de geboorte en de dood en de opstanding van Jezus Christus, de Zoon van God, zoals ze Y’hoshua HaMashiyach hardnekkig blijven noemen. Maar willen ze ooit aannemen dat het letterlijk waar is wat Y’hoshua zelf gezegd heeft over de dagen tussen zijn sterven en opstanding, namelijk dat hij naar het dodenrijk zou afdalen? En wil iemand van hen dan onderzoeken wat de bijbel zegt, en dat het inderdaad wel eens zou kunnen zijn dat wij allen ook eerst naar het dodenrijk zullen afdalen?
-
Veel mensen denken dat uitleg en interpretatie synoniemen zijn van elkaar, maar in een ander schrijven zal ik uiteenzetten hoe die twee onderling verschillen. ↩
-
How many students do professors teach? Professors usually work for large universities… Professors may teach large classes of several hundred students (usually with the help of several graduate teaching assistants), small classes of about 40 to 50 students, seminars with just a few students, or laboratories where students practice the subject matter. Bron Studentweek.info. Question by Alva Wolff. 8 April 2021. [https://studentsweek.info/how-many-students-do-professors-teach] ↩
-
Het woord ‘dominee’ is afgeleid van het Italiaanse domine hetgeen ‘meester’ betekent. Maar je kunt er ook het woord demone van maken, meervoud ‘demonen,’ in de Italiaanse betekenis, van een geest die tussen de wereld van God en de wereld van menselijke zintuigen staat. ↩
❧
Tags: dood, hemel, dodenrijk, sterven
Thema: 
Geschreven: 15 mei 2020
Je bent hier:  Inhoud Nederlands » Onderwerpen » Het Dodenrijk » Over de hemel