FADE IN:
INT. TREINCOUPÉ – DONDERDAGOCHTEND 9.30 UUR
Een JONGEMAN met een strak gebit, ogen waar het zonde is er een zonnebril voor te hangen, en donkere, bijna zwarte krullen. Goed gekleed ook nog. Een jaar of dertig. Hij leest een dik boek.
Rondom de jongeman met het boek is het druk. Alle plaatsen in de coupé zijn bezet, en ook op het gangpad staan nog een paar reizigers. De mensen die niet tegen hun mobiele telefoon praten, zijn er op een andere manier mee bezig.
Het schijnt de jongeman allemaal niet te beroeren.
Tegenover de jongeman zit een andere MAN. Een mooi jasje, spijkerbroek, dure schoenen. En een strohoed op, ook niet echt onopvallend. De man met de dure schoenen kijkt afwisselend naar buiten en naar de Jongeman met het boek.
Door de luidspreker klinkt een stem die het volgende station aankondigt. Even later stroomt het trein compartiment bijna leeg.
Dan, voordat de trein weer optrekt, komt een MEISJE binnen. Ze ziet de jongeman met het boek en loopt direct naar hem toe. Hoewel er nu plaats genoeg is, gaat ze pal naast hem zitten.
MEISJE
Hallo, Peter.
De jongeman (PETER) reageert echter niet. Maar het meisje geeft niet op.
MEISJE
Hé, Peter!
Ze tikt hem op zijn arm.
PETER
Oh, hoi, zusje. Ik ben aan het lezen.
ZUSJE (MEISJE)
Nou en? Dan kun je toch nog wel gewoon groeten?
2.
PETER
Nu even niet.
Zusje haalt haar schouders op, glimlacht kort naar de man met de dure schoenen op de bank tegenover hen, pakt dan haar iPhone, en begint te tappen en te wipen. Ze ziet niet dat de man met de dure schoenen terug glimlachte.
Enige tijd later, niemand weet precies hoeveel later want niemand kijkt op een horloge, klinkt weer de stem door de luidspreker die een station aankondigt.
Zusje staat op, en Peter slaat zijn boek dicht. Dan, terwijl ook hij opstaat, spreekt de man met de dure schoenen.
MAN MET DE DURE SCHOENEN
Wat vindt u dat boek dat u leest?
PETER
Sorry, ik heb nu geen tijd. Goedemorgen.
Peter loopt snel weg. Zusje is niet zo gehaast. Ze kijkt de man met de dure schoenen even aan en haalt haar schouders op, als een soort verontschuldiging voor de botheid van haar broer. Dan loopt ook zij naar de uitgang van het compartiment.
INT. TREINCOUPÉ – VRIJDAGOCHTEND 9.30 UUR
In de trein, zelfde route.
Peter met de mooie ogen en de zwarte krullen zit weer in de trein, aan het raam, en leest in hetzelfde boek.
De deur aan het begin van het compartiment gaat open, en er komt een man binnen. Hij gaat zitten op de plaats tegenover Peter. Het is dezelfde man met de dure schoenen als gisteren, maar hij heeft een ander jasje aan, en andere schoenen. Je hoeft geen verstand van schoenen te hebben om te zien dat ook dit dure zijn. En het jasje hoeft nog niet naar de Kringloop.
Peter kijkt niet op, en ziet dus niet dat de man hem vriendelijk toeknikt.
De trein rijdt, stopt, gaat weer rijden, en zo verder. De treinwagon stroomt vol, dan weer leeg, totdat het station wordt aangekondigd waar Peter eruit moet. Hij staat op.
3.
MAN MET DE DURE SCHOENEN
Wat vindt u dat boek dat u leest?
Peter kijkt verbaasd. Maar hij heeft geen zin in een gesprek.
PETER
Heel goed.
Peter loopt zonder verdere omhaal de coupé uit.
INT. TREINCOUPÉ – MAANDAGOCHTEND 10.00 UUR
De trein rijdt alweer volgens de dienstregeling.
Peter kennen we nu. Hij zit in de trein en leest een boek. Niet hetzelfde boek als de vorige keer; dat heeft hij inmiddels uit. Maar het is weer een dik boek, en van dezelfde schrijver.
De man met de dure schoenen kennen we ook. Hij gaat weer tegenover Peter zitten.
Trein stopt, trekt weer op, stopt weer, gaat weer rijden, enzovoort. Stem die de stations aankondigt. Totdat Peter opstaat.
MAN MET DE DURE SCHOENEN
Wat vindt u dat boek dat u leest?
Peter kijkt niet meer verbaasd of geïrriteerd, maar hij heeft nog steeds geen zin in een gesprek.
PETER
Dit is een ander boek.
MAN MET DE DURE SCHOENEN
Van dezelfde schrijver.
PETER
Ja. Goedemorgen.
4.
INT. TREINCOUPÉ – WOENSDAGOCHTEND 10.15 UUR
Peter en zusje zitten in de trein. De trein rijdt een station binnen. Peter slaat zijn boek dicht en staat op. Zusje vraagt over het boek terwijl ook zij opstaat. De trein is nog niet gestopt en er zijn dus ook nog geen nieuwe reizigers ingestapt, maar toch komt op dat moment de man met de dure schoenen de coupé binnen. Hij blijft staan voor de plaats waarvan Peter net is opgestaan terwijl Peter zijn jas pakt.
Peter moet de man herkennen, maar hij groet hem nog steeds niet. Ook zusje herkent hem.
ZUSJE
Goedemorgen, meneer.
De man met de dure schoenen knikt vriendelijk terug. Terwijl ze de coupé verlaten geeft Peter zijn zusje antwoord.
PETER
Een geweldig boek! Man, wat zou ik die schrijver graag willen ontmoeten. Ik heb wel duizend vragen!
Zusje loopt achter Peter de coupé uit. De man met de dure schoenen pakt een pen en schrijft iets op een blaadje papier.
EXT. PERRON – DAY
Peter en zusje lopen op het perron en komen langs het raam van de coupé waarin ze net zaten. Zusje ziet dat de man met de dure schoenen een blaadje papier tegen het raam drukt. Peter loopt door, maar zusje wil weten wat erop staat.
INSERT – BLAADJE PAPIER
Handwritten: IK BEN DE SCHRIJVER VAN DIE BOEKEN.
BACK TO SCENE
Met grote ogen kijkt zusje naar het vriendelijke gezicht van de man met de dure schoenen, te verbaasd om te reageren. Dan SNERPT de fluit van de conducteur en SISSEN de deuren hermetisch dicht. De trein vertrekt.
5.
INT. TREINCOUPÉ – DONDERDAGOCHTEND 9.30 UUR
Peter zit in de trein. Hij leest niet, maar hij wacht op de man met de dure schoenen.
Trein stopt, trekt weer op, stopt weer, gaat weer rijden, enzovoort. Stem die de stations aankondigt. Totdat Peter opstaat.
De man met de dure schoenen is niet gekomen.
INT. TREINCOUPÉ – VRIJDAGOCHTEND 9.30 UUR
Copy/Paste van donderdagochtend 9.30 uur.
SERIES OF SHOTS - PETER ZIT IN TREINCOUPÉ
A) Maandagochtend 9.30. Zelfde coupé. Mensen komen binnen, gaan zitten, trein stopt, mensen staan weer op en gaan naar buiten. Man met de dure schoenen komt niet opdagen.
B) Dinsdagochtend 9.30 uur. Zelfde coupé, andere mensen.
B) Woensdagochtend 9.30 uur. Weer andere mensen, sommige dezelfde als gisteren.
B) Donderdagochtend 9.30 uur. Sommige andere mensen, sommige dezelfde als de vorige dag.
D) Vrijdagochtend 9.30 uur. Zelfde tafereel.
INT. TREINCOUPÉ – ZEVEN WEKEN LATER 9.30 UUR
Peter zit in de trein. Aan het raam. De trein stopt. Even later komt Peter’s zusje binnen. Ze gaat naast hem zitten.
PETER
Hij komt niet meer.
ZUSJE
Ik denk het ook niet. Je hebt twee kansen gehad. Had je maar niet zo bot en arrogant moeten zijn.
6.
PETER
Drie kansen, om eerlijk te zijn. Hij zat ook nog een andere keer tegenover me, toen jij er niet bij was. En met de laatste keer erbij zelfs vier. Maar hoe kon ik nou weten dat die man de schrijver was van de boeken die ik aan het lezen was?
ZUSJE
Dat kon je niet weten. Daarom was het nou juist zo dom van je om steeds weg te lopen. Je kon het tegenovergestelde namelijk ook niet weten.
PETER
Hoe bedoel je?
ZUSJE
Nou, grote broer, zoals ik het zeg. Je kon niet weten dat hij de schrijver was en je kon dus ook niet weten dat hij het niet was. Terwijl je daar wel steeds van uitging, dat hij niet de schrijver was.
PETER
Tja, als je het zo ziet…
ZUSJE
Hoezo als ik het zo zie?! Zo is het gewoon. Die man heeft jou alle gelegenheid gegeven om met hem in gesprek te komen. Hij heeft zelfs het initiatief genomen! Maar jij hebt hem afgewimpeld. Je hebt een paar keer tegenover een van de meest interessante mensen op aarde gezeten maar je bent er zonder enige grondslag van uitgegaan, dat die man jou niks te melden had.
PETER
Dat was wel heel stom van me, hè?
ZUSJE
Inderdaad. Maar troost je, de meeste mensen zouden zo hebben gereageerd.
7.
PETER
Nou, dat is geen troost. Ik ben niet zoals de meeste mensen.
ZUSJE
Dat dénk je. En precies daarom ben je exact zoals de meeste mensen, want bijna iedereen denkt van zichzelf dat ‘ie heel uniek is en vooral niet zoals alle anderen.
INT. TREINSTATION – GROTE OVERKAPPING – ZATERDAG IETS VOOR MIDDERNACHT
De treinen staan stil. De perrons zijn verlaten. Peter zal de schrijver met de mooie schoenen niet meer in een treincoupé aantreffen.
INT. TREINSTATION – CENTRALE HAL – TWEE VOOR TWAALF
De centrale hal van het station is leeg en stil. Plotseling begint het grote scherm in de centrale hal, waarop de aankomst- en vertrektijden van de treinen worden aangegeven, te RATELEN. De meeste woorden, vooral plaatsnamen, draaien gewoon weg, maar op sommige plekken vallen de letters van het scherm af en KLETTEREN op de stenen vloer. Als het scherm helemaal leeg is blijft het even stil. Dan RATELT het opnieuw.
INSERT – GROTE SCHERM
Electronic letters:
YESHA’YAHU 55:6
דִּרְשׁ֥וּ יְהוָ֖ה בְּהִמָּצְא֑וֹ קְרָאֻ֖הוּ בִּֽהְיוֹת֥וֹ קָרֽוֹב
Zoekt YHWH, terwijl Hij zich laat vinden; roept Hem aan, terwijl Hij nabij is.
FADE OUT:
THE END
❧
Tags: Yesha'yahu
Thema: Gelegenheid et Mogelijkheid
Geschreven: 30 maart 2021
Series: uitleg over gelegenheid & mogelijkheid
Je bent hier:  Inhoud Nederlands » Brieven & Dialogen » Dialogen » Min of Meer Middernacht